Een slot van tegenwoordig lijkt in de basis heel veel op een slot dat pakweg duizend jaar geleden gebruikt werd. Je draait de sleutel rond en daarmee gaat het slot open – of blijft het dicht. Het lijkt dus alsof de ontwikkeling op het gebied van deursloten stil staat. Niets is echter minder waar. De ontwikkelingen volgen zich – zeker de laatste tijd – razendsnel op, ook al lijken die ontwikkelingen veel minder zichtbaar te zijn.

Kat-en-muisspel

Het gevecht tussen de slotenmaker en de inbreker is een waar kat-en-muisspel. De slotenmaker probeert een beter slot uit te vinden dat beter geschikt is om inbrekers tegen te houden. Inbrekers proberen dat slot te omzeilen en proberen iets te vinden waardoor het slot alsnog gekraakt kan worden. Wanneer dat lukt proberen slotenmakers weer betere sloten te maken – en ga zo maar door.

Voortdurende innovaties

Juist doordat slotenfabrikanten min of meer gedwongen worden om de inbrekers voor te zijn, volgen innovaties zich razendsnel op. Inbrekers vinden telkens weer nieuwe manieren van inbreken uit en fabrikanten moeten daar snel op inspelen.

Een voorbeeld hiervan is de kerntrekmethode. Inbrekers hadden uitgevonden dat ze een sterke schroef in een cilinder konden draaien, gewoon in het sleutelgat. Wanneer de schroef ver genoeg doorgedraaid werd, zou het slot open barsten en kon de cilinder er gewoon uit gehaald worden. De deur was zo eenvoudig te openen. Als oplossing hiervoor bedachten slotenfabrikanten een slot waarbij dit niet meer mogelijk was: sloten met een zogenaamde kerntrekbeveiliging.

Gemak dient de mens

Behalve het voorzijn van de inbrekers, wil een fabrikant uiteraard ook de klant van gemakken voorzien. Tegenwoordig kan een smartphone bijna alles; reden genoeg voor een fabrikant om dus ook elektronische sloten te maken. Zo gaat een slotenfabrikant dus altijd op twee manieren met de tijd mee. Enerzijds moet hij inbrekers voor zijn, anderzijds wil hij ook zelf innovatief zijn.